Veehouder gebaat bij te hoge mestverwerkingsplicht

De Nederlandse veehouder wil graag een zo klein mogelijke verplichting om mest te verwerken. Mestverwerking is duur. Daarom denkt hij dat de afzetkosten lager zijn bij een zo klein mogelijke verplichting. Toch is dat niet waar. De veehouder is juist beter af met een iets te grote verplichting.

Hoe kan dat? Mestverwerking is toch een dure afzetroute? De verklaring is eenvoudig en volgt uit de economische theorie van vraag en aanbod.
Door mestverwerking wordt het overschot kleiner. Door meer mest te verwerken dan nodig is om het overschot weg te nemen, ontstaat er elders een tekort aan mest. De vraag naar mest door de Nederlandse landbouw is dan groter dan het beschikbare aanbod. Dit betekent dat de akkerbouwers meer met elkaar zullen concurreren om de schaarse mest. Gevolg? De kosten voor de afzet van mest zullen dalen. Zolang er een mestoverschot is, moet de veehouder leuren met zijn mest en kunnen de afnemers eisen stellen aan de daarbij behorende vergoeding.

Natuurlijk kost het meer om een deel van de mest te laten verwerken. Maar de economische theorie laat zien dat overige afzetkosten dalen. Dit maakt de hogere prijs voor de verwerking meer dan goed. Een voorwaarde is wel dat er daadwerkelijk een omslag plaatsvindt van een mestoverschot naar een klein mesttekort.

De economische redenering is in de praktijk iets minder eenvoudig. Zo telt bij het berekenen van de benodigde omvang voor mestverwerking niet alleen het huidige mestoverschot. Ook de mest die momenteel wordt geëxporteerd telt mee. Bij sterk verlaagde binnenlandse afzetkosten zetten veehouders deze mest niet langer vrijwillig in het buitenland af. Deze mest kan daardoor de gewenste balans tussen vraag en aanbod van mest verstoren. Ook dan geldt beter een ‘te ruime’ dan een ‘te kleine’ verplichting voor mestverwerking.

Meer over: Blog
Ontvang maandelijks nieuws van mestportaal.nl
E-mail: