Onderschatting bij ammoniakemissie emissiearme stallen

In opdracht van de minister van LNV heeft Wageningen Livestock Research een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen stikstof en fosfaat in mest bij excretie en bij afvoer van het bedrijf. Dit rapport is een verificatie van een studie van CBS uit 2019, waarbij het CBS op basis van deze verhouding in de excretie en in de afgevoerde mest, stelde dat de ammoniakemissie bij emissiearme stallen in de melkveehouderij werd onderschat. De conclusies uit het CBS-rapport worden door Wageningen Livestock Research bevestigd.

De onderzoekers stellen in dit rapport vast dat de methode die het CBS indertijd heeft gebruikt wetenschappelijk valide is. De conclusies uit het CBS-rapport over de effectiviteit van emissiearme stallen worden bevestigd. De reductie van ammoniak wijkt voor alle onderzochte systemen af van de reductie die verwacht wordt op basis van de in de bijlage van de Regeling ammoniak en veehouderij vastgestelde emissiefactoren voor die stalsystemen.

Tevens blijkt dat er uitgesplitst naar de verschillende categorieën emissiearme stallen conclusies worden getrokken ten aanzien van de emissiereducerende werking. Omdat data tot en met 2020 zijn gebruikt, gelden de conclusies niet voor technieken die na die datum op de lijst van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn geplaatst. In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen staltechnieken voor melkvee, pluimvee en varkens. Er zijn alleen brongerichte technieken onderzocht. Luchtwassers en andere nageschakelde technieken zijn niet geschikt om te onderzoeken met deze methode.

Emissiearme staltechnieken voor varkens en pluimvee blijken ook minder reductie van ammoniakemissie te geven dan verwacht, maar hier is wel een verschil in emissies aanwezig tussen het gebruik van deze technieken en een gangbare stal. De conclusie voor melkvee is dat er geen verschil is in stikstofuitstoot tussen een stal met een emissiearme vloer en een gangbare stal. Deze conclusie gaat op voor alle emissiearme vloeren, er is geen onderscheid te zien tussen de verschillende werkingsprincipes.

Voor emissiearme varkensstallen blijkt dat emissiearme stallen gemiddeld circa 60% minder emissie reduceren dan dat volgens de emissiefactoren van de Regeling ammoniak en veehouderij verwacht zou worden. Technieken die volgens de lijst van deze regeling een hogere reductie bereiken, scoren volgens de beoordeling via de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de mest ook met een beter resultaat. In vergelijking met melkvee en pluimvee zijn er wat betreft emissiearme staltypes voor varkens minder gegevens beschikbaar per beoordeelde staltechniek. Daardoor is het resultaat vaker statistisch niet significant.

De onderzoekers bevelen aan om:

  • De beoordeling via de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de mest te gebruiken en als methode verder door te ontwikkelen als instrument voor monitoren van het emissieniveau van emissiearme stalsystemen in de praktijk.
  • De mogelijkheden voor het monitoren van de effectiviteit van emissiearme voermaatregelen nader te verkennen. De systematiek van de Kringloopwijzer biedt hiervoor een vertrekpunt.
  • Mogelijke oorzaken van tegenvallende emissiereducties in de praktijk te onderzoeken en waar mogelijk op te lossen. Het betreft hier met name in de melkveehouderij het effect van grote loopoppervlaktes in emissiearme stallen en het gebruik van dikke fracties van gescheiden mest als boxstrooisel. In de pluimveehouderij is aandacht nodig voor mogelijk extra stikstofverliezen uit buiten de stal opgeslagen mest door geforceerde nadroging of broei.

Bron: AgriHolland / Ministerie LNV

Meer over: Nieuws
Ontvang maandelijks nieuws van mestportaal.nl
E-mail: