Monovergister voor kleine veehouder wordt aantrekkelijker

Monomestvergisting is behoorlijk in opkomst. Dit komt mede door de stijgende subsidies die de overheid geeft. Dat meldt DLV Advies. Vooral de subsidie voor groen gas op kleine installaties gaan fors omhoog. Veehouders die de mogelijkheid hebben om te clusteren, kunnen hiervan profiteren. De bijmengverplichting van 2026 doet de vraag naar groen gas alleen maar toenemen.

Bij het vergisten van mest wordt er biogas geproduceerd dit gas kan opgewerkt worden tot groen gas of door middel van een warmtekrachtkoppeling (WKK) omgezet worden tot stroom. Het vergisten van mest kan voor melkveehouders extra inkomsten opleveren. Ook de uitstoot van methaan uit mest wordt gereduceerd dit verlaagt de CO2-footprint. Bij enkele melkfabrieken wordt dit beloond met een hogere melkprijs. Het financiële plaatje staat of valt met een acceptabele terugverdientijd. Een monomestvergister met bijbehorende investering in opslag, pompen en erfverharding brengt namelijk een aanzienlijke investering met zich mee.

Investeren in monomestvergister

Tot op heden is dit vrijwel alleen rond te rekenen bij veebedrijven met een bovengemiddelde omvang dus vooral grotere bedrijven profiteren van de voordelen van mestvergisting. Het is lastig om bedragen te noemen, omdat de kosten in elke situatie anders zijn. Grofweg komt de investering uit rond de € 300.000 voor een kleinere installatie tot € 850.000 voor een grote installatie. Daarbij zijn eventuele aanpassingen aan de stal en investeringen om de restwarmte te kunnen benutten niet meegenomen. De jaarlijkse kosten om de vergister draaiende te houden komen uit op ongeveer € 20.000.

Het is mogelijk om de kosten en opbrengsten per situatie inzichtelijk maken. Hoeveel kubieke meter biogas kan er geproduceerd worden per koe? Dit is afhankelijk van het rantsoen van de koeien, maar vooral ook van de versheid van de mest. Dagverse mest heeft de hoogste potentie van rond de 30 kubieke meter biogas per ton mest. Uit een berekening van DLV Advies blijkt dat oudere mest, in een standaard mestkelder met roostervloer, in potentie nog 21 kubieke meter gas oplevert.

Het belangrijkste onderdeel om de exploitatie van een monomestvergister rond te kunnen rekenen, zijn de opbrengsten per kubieke meter gas of per kilowattuur. Deze prijzen fluctueren nogal. Om ondernemers te helpen en zekerheid te bieden, geeft de overheid een SDE++ subsidie. Deze subsidie is een minimale gegarandeerde opbrengstprijs per kubieke meter geleverd gas of per kilowattuur aan elektriciteit. Deze subsidie geldt voor een periode van 12 jaar. Geldverstrekkers financieren de monomestvergisters ook op basis van deze subsidiebedragen. Elk jaar maakt de overheid de subsidiebedragen bekend. De huidige SDE++- subsidie (van 2023) is 1,48 euro per kubieke meter gas en 0,2039 euro per kilowattuur elektriciteit. Dit zijn de subsidiebedragen voor vergisters met een capaciteit tot 450 kilowatt aan gas of elektriciteit en warmte. Voor grotere vergisters zijn de bedragen lager.

Inmiddels zijn ook de voorlopige subsidies voor 2024 bekend. Deze subsidieronde is opengesteld voor de periode van 10 september tot 7 oktober. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft € 11,5 miljard in de subsidiepot gestopt. Dit is € 3,5 miljard meer dan vorig jaar. Ook de bedragen per kubieke meter gas en per kilowattuur aan stroom zijn verhoogd. Bij vergisters tot 450 kilowatt krijgen ondernemers een minimale prijs van 1,55 per kubieke meter gas of 0,2473 per kilowattuur aan elektriciteit en warmte. Voor vergisters boven de 450 kilowatt is de subsidie op gas iets verlaagd en de subsidie op stroom iets hoger.

Een opvallende en noemenswaardige aanpassing van de SDE++-subsidie is een nieuwe categorie voor vergisters tot 110 kilowatt (van 140 tot 150 melkkoeien). Deze categorie bestond nog niet. Deze veehouders krijgen 2,13 euro per kubieke meter geleverd gas of 0,2903 cent per kilowattuur geleverde elektriciteit. De voorgestelde subsidiebedragen over 2024 betreffen een voorpublicatie. Meestal wordt dit voorstel definitief overgenomen, al werd er vorig jaar op het laatst toch nog een wijziging doorgevoerd. Veehouders die aan deze subsidieronde mee willen doen, moeten de vergunning voor het indienen rond hebben. Veehouders die voor 7 oktober de vergunning rond willen hebben om nog aan de huidige ronde mee te kunnen doen, moeten wel snel zijn. In het vergunningsproces moet dan niet veel tegen zitten. Bij vergisters die het biogas omzetten met een WKK naar stroom wordt er naast de elektriciteitsproductie ook subsidie gegeven op de geproduceerde warmte. Voor de SDE++ subsidie geldt de voorwaarde dat deze warmte nuttig gebruikt wordt. Veehouders gebruiken deze restwarmte voor verschillende doeleinden. Sommigen houden de bedrijfsgebouwen er mee warm, anderen maken er een kleine hooidroger of mestdroger van.

Rick Kanters, projectleider Energie bij DLV Advies, ziet de extra subsidiecategorie voor kleinere vergisters vooral voor bedrijven die in clusters groen gas willen maken. “Bij de bestaande subsidiebedragen heb je minimaal 7.500 kubieke meter drijfmest nodig om rendabel groen gas te kunnen leveren dit komt overeen met minimaal 250 melkkoeien. Met de nieuwe voorgestelde subsidiebedragen zou het met 3.000 kubieke meter drijfmest al kunnen renderen, dus vanaf 100 koeien. Het opwerken van biogas naar groen gas zou je dan met meerdere bedrijven gezamenlijk op één locatie kunnen doen. ”Voor kleinere bedrijven die zelfstandig willen vergisten en gas opwerken tot biogas biedt de hogere subsidie voor kleinere vergisters niet voldoende soelaas”, vindt Kanters. “Dan heb je toch minimaal 7.500 kuub drijfmest nodig, dus omgerekend vanaf 250 melkkoeien.” Ook veehouders die kiezen voor een vergister met WKK en stroom willen leveren aan het elektriciteitsnet, is 3.000 ton drijfmest vergisten te krap. Kanters:“Dan heb je volgens onze berekeningen toch minimaal 4.500 ton drijfmest nodig, dus vanaf 150 melkkoeien. De subsidie voor geleverde elektriciteit is weliswaar iets hoger voor vergisters tot 110 kilowatt, maar de subsidie van de warmteproductie is daarop verrekend. In de nieuwe SDE-subsidie is minder vollasturen aan restwarmte meegenomen.”

Ondanks de lagere weging van de energie uit restwarmte voor de subsidieregeling blijft deze restwarmte een belangrijk onderdeel bij een vergister met een WKK. De adviseur van DLV Advies plaatst kanttekeningen bij het verwaarden van deze restwarmte in de praktijk. “Vaak wordt de warmte gebruikt om producten te drogen. Alleen wordt onderschat hoeveel tijd hier in zit. Vaak kosten dit soort processen meer tijd dan het vergisten zelf. De extra arbeid kun je niet besteden aan de melkkoeien. Dan telt het opeens heel hard mee.” Aan de andere kant ziet Kanters ook kansen. Steeds vaker wordt een mestvergister namelijk gecombineerd met een mestscheider en stikstofstripper. Op deze manier maken veehouders een kunstmestvervanger uit hun eigen mest. Met de positieve ontwikkelingen rondom Renure (kunstmestvervangers) hoeven veehouders straks minder of geen mest meer af te voeren en minder of geen kunstmest meer aan te kopen. Kanters: “Strippen kun je doen met chemicaliën, zoals een loog of met warmte. Logen is een duur proces. Doordat digestaat al met 35 tot 40 graden uit de stripper komt en je de mest op kunt warmen met de restwarmte sluiten deze twee technieken heel mooi op elkaar aan.”

Vanaf 2026 is een bijmengverplichting van groen gas bij regulier gas voor de gebouwde omgeving. In 2030 moet gas minimaal uit 20 procent groen geproduceerd gas bestaan. Dit zal voor een aanzienlijk deel afkomstig zijn uit mestvergisting. Er is daarom steeds meer toekomst voor de productie van groen gas. Het tekort aan groen gas, zorgt dat de prijs van zogenoemde groen gas certificaten (GVO’s) zullen opdrijven. Dit zijn certificaten die bedrijven kunnen kopen om hun bijmengverplichting af te kopen. De verwachting is dat deze certificaten boven de SDE++-subsidies uitstijgen.

Ondernemers die dit jaar willen meedoen voor de SDE++-subsidie voor monomestvergisting wordt aangeraden om de vergunning snel aan te vragen. De subsidie wordt alleen toegekend als de vergunning verleend is. In tegenstelling tot vorig jaar kunnen ondernemers geen aanspraak meer maken op de zogenoemde ‘kruimelgevallenregeling’. Deze regeling is met de nieuwe Omgevingswet komen te vervallen. Deze regeling hield in dat de gemeente in een verkorte procedure van slechts acht weken toestemming kon verlenen om in afwijking van het bestemmingsplan te bouwen of gronden te gebruiken. Voor een gemeente zijn er nu geen nadelige gevolgen als de beslistermijn wordt overschreden.

Meer over: Nieuws | Verwerken
Ontvang maandelijks nieuws van mestportaal.nl
E-mail: