Nieuwste berichten
Onderwerp: Algemeen
Naar een andere toetsdiepte voor nitraat in grondwater? : achtergronddocument voor de Evaluatie Meststoffenwet 2004
5 mei 2011
Studie in het kader van de evaluatie van de meststoffenwet 2004; onderzoek in opdracht van het Milieu- en Natuurplanbureau. Doel van de voorliggende studie is om antwoord te geven op de volgende vragen: (i) Zijn gebieden met een voldoende mate van nauwkeurigheid te identificeren waar denitrificatie zonder nadelige gevolgen optreedt? En als dit het geval is: (ii) Op welke diepte zou dan getoetst moeten worden? Hierbij moet dan aangegeven worden wat de voor- en nadelen van het vergroten van de toetsdiepte zijn Lees verder
Ontwikkeling van een indicator om te sturen op nitraat : gegevens en regressie-analyse op basis van twee meetseizoenen (2000-2001 en 2001-2002)
5 mei 2011
In het project STuren OP NITraat wordt gezocht naar verbanden tussen zogenaamde kandidaat-indicatoren voor de nitraatbelasting van het grondwater. Na analyse van de gegevens van twee meetseizoenen (2000/2001 en 2001/2002) komen in ieder geval de indelingen in drie Gt-groepen en vier bodemgroepen naar voren als verklarende factoren voor het niveauverschil in de gemeten nitraatconcentraties. Het nitraatgedeelte van de hoeveelheid Nmin in het najaar, gesommeerd over de drie bodemlagen (i.e. 0-90 cm), komt naar voren als het meest geschikt als indicator voor nitraatuitspoeling. Opschaling naar bedrijfsniveau resulteert in een voorspelling op basis van rekenregels van de bedrijfsgemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater met een veel lagere voorspelfout dan wanneer op puntniveau voorspellingen worden gedaan. Dit biedt zicht op een praktisch toepasbare indicator op bedrijfsniveau Lees verder
Managing phosphorus cycling in agriculture : tentative results from innovation studies in a nutshell
5 mei 2011
Related Links Bekijk het volledige artikel
Sturing van stikstof- en fosforverliezen in de Nederlandse landbouw: een nieuw mestbeleid voor 2030
5 mei 2011
Hoe en door wie sturing te geven aan stikstof- en fosforverliezen staan centraal in dit rapport van WOT Natuur en Milieu. Tegen de achtergrond van de geschiedenis, de beleidskundige randvoorwaarden en de bodemkundige en milieutechnische gegevens. Toekomstscenario’s vallen uiteen in: (i) overheid, (ii) omgevingschap, (iii) agrifood keten, (iv) milieucoöperatie en (v) een hybride scenario. De evaluatie van de scenario’s vindt plaats aan de hand van drie begrippenparen: effectiviteit en draagvlak; integraliteit en controleerbaarheid; en precisie en lage kosten. De conclusies van het rapport zijn dat richting 2030 flexibilisering van normen noodzakelijk zal zijn om meer draagvlak, integraliteit en precisie mogelijk te maken Lees verder
Advies aanpassing besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen
5 mei 2011
Advies TCB Lees verder
Inventarisatie van het mestgebruik en de effecten op de belasting van het oppervlaktewater voor de gebieden Drentse Aa, Schuitenbeek, Krimpenerwaard en Quarles van Ufford
5 mei 2011
Voor het project ‘Monitoring Stroomgebieden’ is een inventarisatie naar het mestgebruik in de vier pilotgebieden uitgevoerd. Het geïnventariseerde mestgebruik in de vier gebieden is vertaald naar invoer voor het modelsysteem welke in Fase 3 is gebruikt. Met behulp van het modelsysteem zijn de effecten van de regionale mestgiften en bemestingstijdstippen op de uitspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater onderzocht. Voor de gebieden Drentse Aa, Schuitenbeek en Krimpenerwaard varieert de wijziging in de stikstofuitspoeling tussen de -11% en +22% als gevolg van de aanpassing van de stikstofbemesting en voor fosfor tussen de +1% en -20%. Voor het gebied Quarles van Ufford is het effect minder groot omdat voor dit gebied alleen het mestgebruik voor het landgebruik fruitteelt is bijgesteld. Het aanpassen van de bemestingstijdstippen heeft een minder groot effect op de uitspoeling. In één situatie in de Krimpenerwaard leidt het aanpassen van de bemestingstijdstippen tot een verhoogde uitspoeling van stikstof (+20%). Deze verhoogde uitspoeling was terug te leiden tot één mestgift in het vroege voorjaar in een periode van intensieve neerslag. Het later geven van deze mestgift leidt tot een vermindering van de uitspoeling (-6%). Uit de gebiedsinventarisatie blijkt dat in de Drentse Aa het bodemoverschot groter is dan in de Schuitenbeek. Toch leidt een hoger bodemoverschot in de Drentse Aa niet tot een verslechtering van de waterkwaliteit. Wel bestaan er risico’s voor de waterkwaliteit in de (nabije) toekomst. Zo zal er door klimaateffecten (meer neerslag) of hydrologische maatregelen (vasthouden van water) meer nutriënten kunnen uitspoelen naar het oppervlaktewater. Lees verder
Waterkwaliteit
5 mei 2011
Aparte aandacht voor de uitspoeling van nutriënten op het grupstalbedrijf in Zegveld Lees verder
Mineralen beter geregeld : evaluatie van de werking van de Meststoffenwet 1998-2003
5 mei 2011
In de Meststoffenwet is vastgelegd, dat LNV tweejaarlijks verslag doet van de werking van de wet. De uitvoering is bij het Milieu- en Natuurplanbureau gelegd. Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd met een groot aantal partners Lees verder
Struviet blijkt goede meststof: markt toont interesse voor duurzame mest
5 mei 2011
Een goed idee is soms niet genoeg. Een product verkoopt pas als er ook een markt voor is. En vooral: als de markt weet dat het product bestaat. Dat laatste bleek het probleem met struviet. Deze meststof halen uit afvalwater bleek prima te werken. Maar wie wi lhet hebben? Ingewikkelde regelgeving en onbekendheid met de afzetmarkt van het product, bleken de vraag vanuit de markt tegen te houden. Het veevoerbedrijf, de aardappelproducent die het afvalwater produceert, de technnologieleverancier en het waterzuiveringsbedrijf staken de hoofden bij elkaar en kwamen gezamenlijk tot een oplossing om struviet te maken én er een afzetmarkt voor te vinden Lees verder
Regionale anticipatie mestbeleid op kaderrichtlijn water
5 mei 2011
In dit rapport wordt onderzocht in hoeverre regio’s met het uitvoeren van het Mestbeleid anticiperende maatregelen kunnen nemen om in te spelen op de Kaderrichtlijn Water, die in 2009 wordt ingevoerd. Naast literatuuronderzoek is op regionale anticipatie ingegaan in interviews en in een workshop. De algemene conclusie uit het onderzoek is dat regionale anticipatie de moeite van verdere uitwerking waard is. Door betrokken partijen zijn zowel beperkingen als voorkeuren aangegeven, maar er zijn geen blokkades uitgesproken. Lees verder

