Onderwerp: Algemeen

Optimale N-bemesting zaaiuien

2 mei 2011

In opdracht van LTO en het ministerie van LNV is PPO in 2007 onderzoek gestart naar de optimale N- bemesting van zaaiuien. Hierbij zijn vier bemestingsproeven aangelegd om een eventuele aanpassing van het bestaande stikstofbemestingsadvies mogelijk te maken. In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek in 2007 weergegeven Lees verder

Stikstof nodig voor snelle beginontwikkeling

2 mei 2011

De stikstofbemesting van suikerbieten is vooral gericht op een snelle groei van het bladapparaat in de eerste maanden van het groeiseizoen. Stikstofgiften na juni geven geen hogere suikeropbrengst. Ook deling van de stikstofgift levert geen voordeel op. Geef maximaal tweederde van de stikstofgift met dierlijke mest Lees verder

Onderzoek naar mogelijke verschillen in stikstofbehoefte tussen suikerbietenrassen

2 mei 2011

Bij dezelfde stikstofvoorziening kunnen tussen rassen grote verschillen bestaan in loofkleur, loofhoeveelheid, wortelopbrengst en interne-kwaliteitsparameters. In dit onderzoek (uitgevoerd tussen 2003 en 2006) is op zes proefvelden onderzocht of deze verschillen verklaard kunnen worden door verschillen in stikstofbehoefte. De conclusie luidt dat er verschillen kunnen bestaan in stikstof behoefte. De stikstofbehoefte had bij de vier onderzochte rassen geen verband met de hoogte van de (financiële) opbrengst. Daarnaast is er geen relatie tussen de loofkleur en de stikstofbehoefte van de vier onderzochte rassen. Lees verder

Alternatieve vormen van regulering co-vergistingsproducten

2 mei 2011

De studie geeft voor- en nadelen van alternatieve vormen van regulering van toelating van co-vergistingsproducten bij mestvergisting. Er is ook een vergelijking gemaakt met de regulering in Duitsland en België. Vervolgens zijn de voor- en nadelen besproken van zeven alternatieven. De studie geeft aan dat er mogelijkheden zijn tot aanpassing van het beleid, mede om mestvergisting met co-vergisitngsproducten meer rendabel te kunnen toepassen binnen de milieurandvoorwaarden. Lees verder

Mogelijke effecten van bodembewerking en mulch op roofmijten in de grond: een literatuurstudie

2 mei 2011

Om tot een vermindering van het gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen te komen is een verhoging van ziekte- en plaagwerende eigenschappen van de bodem noodzakelijk. Grondbewerking voor en tijdens de teelt, grondsoort,organische mest en andere organische toevoegingen kunnen de bodemweerbaarheid beïnvloeden. In tabelvorm wordt een overzicht gegeven van de verschillende grondbewerkingen in relatie met een aantal bodemorganismen. De opzet van dit overzicht is : inzicht krijgen in de mogelijke effecten van bodembewerking op roofmijten die mogelijk op hun beurt effecten van bodembewerking kunnen hebben op de bodemfasen van trips. Een aantal zaken die naar voren zijn dat over het algemeen kan gezegd worden dat roofmijten gevoelig zijn voor grondbewerking Lees verder

biogassector in kaart: kansen en bedreigingen voor Hedimix als co-product leverancier

2 mei 2011

Groene energie is de laatste jaren een belangrijke kwestie. Hybride auto’s zijn geen uitzondering meer, en in dezelfde lijn verwachten sommigen dat biogas installaties als paddestoelen uit de grond zullen schieten. De vraag is alleen of dit wel echt het geval is, en of onze wet en regelgeving, techniek en kennis van voeding wel toereikend zijn.De biogassector is een sector die puur draait met organische producten als grondstof. Door deze producten samen te brengen in een biogasinstallatie (het zij met of zonder mest) kan biogas worden opgewekt dat vervolgens kan worden omgezet in elektrische energie, met zogenaamde Wkk’s (warmtekrachtkoppelingen). Lees verder

gezonde bodem vraagt om geschikte voeding

2 mei 2011

Een goede gewasproductie is gebaat bij een vruchtbare bodem die een goede structuur heeft. Een gezond bodemleven kan veel bijdragen aan goede teeltcondities, dan moet het bodemleven wel gestimuleerd door geschikte voeding. De vraag is hoe doe je dat? Lees verder

Toedieningswijze en formulering cruciaal voor effectiviteit van GNO’s

2 mei 2011

Succesvolle introductie van GNO’s in de praktijk is in hoge mate afhankelijk van een juiste toedieningswijze en daarmee samenhangende formulering. Verbetering van de effectiviteit verlaagt de benodigde hoeveelheid GNO’s, waardoor de kans op introductie wordt verhoogd. Onderzoek naar toediening en formulering is daarom een integraal onderdeel van de ontwikkeling van GNO-produkten voor de praktijk Lees verder

Varkens-MRSA op een pluimveebedrijf?

2 mei 2011

Bij een bewoner van een pluimveebedrijf werd een niet-typeerbare MRSA gevonden. Na screening werd bij nog eens 4 volwassenen deze MRSA gevonden. Onderzoek wees kippenmest aan als de bron van de besmetting. In Nederland werd eerder MRSA bij varkens en varkenshouders gevonden. Mogelijk zijn ook andere veehouderijen een bron van MRSA Lees verder

Optimalisatieonderzoek van herbiciden in veldbeemd

2 mei 2011

Bestrijding van straatgras en ruwbeemdgras is een probleem in veldbeemd. Met het huidige middelenpakket worden deze onkruiden maar matig bestreden. In dit onderzoek wordt een mogelijke bestrijdingsstrategie ontwikkeld, waarbij zowel middelen worden toegepast in als na de oogst van de dekvrucht en als correctiemiddel in het voorjaar van de oogst van het veldbeemdgras. In de dekvrucht was toepassing van Stomp (1,25 l/ha), Boxer (2 l/ha) en Hussar (0,2 kg/ha + 1 l/ha Actirob) wel veilig voor veldbeemd, maar de bespuitingen leidden na de oogst van de dekvrucht niet tot een geringere straatgrasbezetting (alleen getoetst in 2005). Straatgras werd in 2004 het beste bestreden door een herhaalde toepassing van Luxan ethofumesaat (3 l/ha) na de oogst van de dekvrucht in het najaar. In 2005 gaven de combinaties Stomp, Boxer en Luxan ethofumesaat in combinatie met Hussar in het voorjaar het beste bestrijdingsresultaat. Een herhaalde toepassing van Luxan ethofumesaat (3 l/ha) na de oogst van de dekvrucht óf een enkele toepassing van ethofumesaat na Stomp of Boxer in het najaar leidde wel tot een zekere opbrengstderving. De financiële opbrengst was bij een herhaalde toepassing van ethofumesaat in 2004 5% hoger dan onbehandeld. In 2005 lukte het voor geen van de objecten om een voldoende zuiverheid (minder dan 0,5 % Poa annua, straatgras, in het geschoonde zaad) te bereiken en kon door de forse straatgrasvervuiling niet voor alle objecten de financiële opbrengst worden berekend Lees verder